In gesprek met Connie Rijlaarsdam

Oprecht contact en het goede doen

Door Roos Sohier en Marielle Hornstra

Wat een fijn en bruisend weerzien: Connie en Roos zijn oud-collega’s en hebben van 2003 tot 2006 samengewerkt in de regio Hart van Brabant. Toen al maakten zij zich samen hard voor betere en toegankelijke hulp en ondersteuning voor de dak- en thuislozen, mensen met psychiatrische problemen en verslaafde straatprostituees. In 2017 viel Connie met  Nu Niet Zwanger in de prijzen. Een initiatief dat vijf jaar geleden als kleine pilot in Tilburg startte en geleid heeft tot landelijke invoering van het programma.  Hier is vele jaren pionieren en doorzettingsvermogen voor nodig geweest. En dit heeft het vuur niet gedoofd: het vuur en de passie waarmee Connie haar werk doet, brandt nog volop. 

Ik heb het nog nooit gedaan dus ik denk dat ik het wel kan
Waar komt dit vandaan, deze vasthoudendheid en passie? ”Van huis uit mee gekregen”, is het antwoord. Connie is geboren en getogen in een klein dorp in Zeeland. Ze is opgegroeid in een sociaal nest en een hechte kleine gemeenschap; het zorgen voor anderen, ‘het goede doen’ heeft ze met de paplepel meegekregen. En ook dat je niet al te lang moet praten en nadenken, maar dat je vooral je handen uit de mouwen moet steken en doet wat nodig is. Vervolgens kan je al doende uitvinden wat werkt en wat ‘het goede doen’ dan is. De verpleegkundige-opleiding was voor Connie eigenlijk een hele logische keuze.

Bij de GGD in Groningen verlegt Connie haar werk van ziekenhuis naar de straat: op locatie bij de raamprostituees en later ook de straatprostituees. Connie had ervaring op de IC, de ambulancedienst en bij SOA spreekuren. Ze wist niets over prostitutie. Maar vanuit haar motto ‘ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk dat ik het wel kan’ ging ze op pad: “Ik stelde daarom misschien wel naïeve vragen aan de vrouwen zelf. Vragen over dingen die ik oprecht wilde weten: hoe is dat om een vreemde man aan je te laten komen, vind je dat fijn of is dat moeilijk? Ben je wel eens bang?” Hierdoor leerde Connie de wereld van deze vrouwen van binnenuit kennen, leerde waar zij behoefte aan hadden en hoe ze aansluiting kon vinden.

In dit werk met de (straat)prostituees ligt de basis voor haar verdere werk in de Openbare Geestelijke Gezondheidszorg: het ‘zorgzame bemoeien’ zoals ontwikkeld door Gerard Lohuis en de presentiebenadering van Andries Baart. In haar werk als verpleegkundig specialist komt Connie keer op keer in contact met kwetsbare vrouwen en mannen die door een combinatie van complexe problemen ongepland en ongewenst zwanger raken. Ouders die niet in staat zijn een veilige omgeving te bieden aan hun kind.

Hoe hebben wij dit met zijn allen kunnen laten gebeuren?
Tijdens een casusoverleg kan Connie er niet meer om heen: het besef dat de hulpverlening hier keer op keer faalt en dat er echt iets moet gebeuren. Connie zit dan met meerdere hulpverleners om tafel die zich allemaal bezig houden met een vrouw die dakloos is, verslaafd aan alcohol en heroïne en voor de tweede keer zwanger. De eerste keer dat deze vrouw zwanger was, zat Connie bij eenzelfde overleg, met eenzelfde groep hulpverleners. Het eerste kind was direct na de bevalling bij de moeder weggehaald. En nu was ze weer zwanger en stond moeder en kind weer dezelfde traumatische ervaring te wachten. Daar waar de anderen zich afvroegen hoe deze vrouw zo dom had kunnen zijn om dit te laten gebeuren, stelt Connie hardop de vraag die niemand stelt: “hoe hebben wij dit met zijn allen kunnen laten gebeuren?”

“Want”, aldus Connie, “als je zoveel problemen hebt, niet eens een dak boven je hoofd, dan staat anticonceptie gebruiken niet bovenaan je lijstje.” In eerste instantie krijgt Connie geen bijval. Maar het laat haar niet meer los. Connie zoekt de vrouw in kwestie zelf op en vraagt haar of ze dit kind zelf wilde. “Natuurlijk wil ik geen kind, wat is dit voor een belachelijke vraag”, aldus deze vrouw. Ze is vooral boos. Boos op zichzelf én op de hulpverlening. Dit sterkt Connie om te gaan uitzoeken hoe dit soort leed te voorkomen is. Hoe kunnen we stoppen om als professionals over deze vrouwen en mannen te oordelen. En hoe je naast mensen kan gaan staan om mét hen oplossingen te vinden.

Het lukt Connie om de ketenpartners en het somatische netwerk in Tilburg te mobiliseren. En ze zet prijzengeld in dat ze samen met een arts gewonnen heeft voor het opzetten van sociaal-medische spreekuren in Tilburg. De pilot is een feit en verloopt boven verwachting goed: bijna alle vrouwen die meedoen, besluiten dat ze een ongeplande zwangerschap willen voorkomen en gaan anticonceptie gebruiken. Connie wordt uitgenodigd door de gemeente Rotterdam en daar nemen ze deze manier van werken over. Voor het ontwikkelen van Nu Niet Zwanger wordt Connie in april 2017 verkozen tot ‘Meest Invloedrijke Persoon Publieke Gezondheid 2016’. Maar belangrijker is dat het succes van de pilots in Tilburg en Rotterdam, de waardering en de landelijke aandacht voor het programma ertoe leiden dat het programma landelijk door vele gemeenten wordt omarmd.

En nu mag Connie zich landelijk programmamanager Nu Niet Zwanger noemen. In deze rol is zij medeverantwoordelijk voor de landelijke implementatie. ‘’Maar ik ben natuurlijk geen standaard manager. Ik ben van de inhoud”, aldus Connie, “Ik zie mijn rol dan ook vooral als voortrekker, meedenker en bewaker van de essentie. De kernprincipes zijn fundamenteel voor het al dan niet slagen op lokaal niveau. Het is belangrijk dat de goede mensen de inhoud bewaken en lokaal de kar trekken.”

Mensenwerk

Wat is volgens Connie dan de kern, vragen Roos en Mariëlle? Volgens Connie is het niet zo heel ingewikkeld. Het is en blijft vooral mensenwerk. En het gaat in de kern over oprechtheid, present kunnen zijn en de mensen achter de problemen kunnen zien. Durven doen wat nodig is, ook als dat van jou vraagt om buiten je eigen organisatie of functiekader te handelen. Dat vinden veel (zorg)professionals best lastig. 

Nu Niet Zwanger is maatwerk. Ieder individu heeft een eigen verhaal, een eigen tempo en eigen vragen en behoeften. En het werkt alleen als betrokkenen eigen keuzes en afwegingen kunnen maken. Niemand kan en mag iemands kinderwens afnemen of ontkennen. Niemand kan en mag een ander dwingen tot anticonceptie. Per individu vraagt dit iedere keer weer om oprecht contact maken en het gesprek aan te gaan met de vrouw of man die in zo’n kwetsbare positie zit. Alleen vanuit oprecht contact kan je zinvol over onderwerpen zoals kinderwens, seksualiteit en anticonceptie met een ander in gesprek. De kern is vooral: hoe kan deze persoon de regie over haar of zijn kinderwens krijgen? Want als er een kinderwens is dan mag die wens er zijn. Die pakken we niet af. Maar we gaan wel het gesprek aan of het nu wel het goede moment is. Het beginpunt is voor Connie steeds weer: ik ken jouw situatie niet. Ik weet niet wat er aan de hand is. Vertel jij het mij maar: wat kan ik doen?

Het goede doen

“Ik krijg de mooiste reacties vooral van de vrouwen en mannen waarmee ik samen ben opgetrokken. Een vrouw die tegen mij zegt: was jij er maar 4 jaar eerder geweest. Daar doe je het voor”, vertelt Connie. Volgens haar doe je als vanzelf de goede dingen als je met de mensen over wie het gaat samen optrekt, present bent en je echt in hen verdiept. Nu Niet Zwanger is vooral heel pragmatisch. “En zo zit ik in elkaar”, zegt Connie, “met gezond verstand situaties analyseren, bedenken wat er anders kan en dat dan vervolgens gaan doen. Als ik in nieuwe situaties kom en het even niet weet dan ga ik terug naar de kern en dat is en blijft toch wat ik van huis heb meegekregen: handen uit de mouwen steken en het goede doen.”

Leestip:

Buigzame zorg in een onbuigzame wereld

Presentie als transitiekracht

Andries Baart, Jolanda van Dijke, Marjanneke Ouwerkerk, Elly Beurskens

Boom uitgevers Amsterdam

 

Meer weten over het programma Nu Niet Zwanger? Klik dan HIER

 

Dit interview is één van de activiteiten van Factor W en Healthworx  in het kader van onze pledge Alles is Gezondheid. Lees hier meer.